Monique & Johannes Pijnacker Hordijk Een kijkje in ons leven

16mrt/060

Volkskrant 4 maart 2006

De konijnen maken plaats voor ketels
de Volkskrant, Kennis, 4 maart 2006 (pagina K03)
Broer Scholtens
In april komt de registratie af van een biotechmiddel tegen de ziekte van Pompe, een zeldzame stofwisselingsziekte. In Geel komt een dure fabriek.

Door Broer Scholtens

Celkweek bij Genzyme in Geel.

De cellen vermeerderen zich in een dikke soepen maken zo het gewensteeiwit aan

Farmaceut hoedt transgene geiten
Genetische gemanipuleerde zoogdiercellen van hamsters en muizen worden op grote schaal gebruikt voor de productie van eiwitten, in grote stalen vaten. Er zijn complexe eiwitten waarbij dat (nog) niet lukt.

Daarvoor worden transgene zoogdieren ingezet, die na inbrenging van een specifiek gen (stukje genetisch materiaal) dat complexe eiwit gaan produceren. Dat is vervolgens uit de melk te halen, en op te zuiveren tot een medicijn.

Zo heeft het Nederlandse biotechbedrijf Pharming op een fokbedrijf in de buurt van Eindhoven hokken met transgene konijnen. Die maken recombinant C1, een biotechremmer tegen een zeldzame bloedziekte. Pati뮴enonderzoek loopt, een aanvraag voor registratie volgt, mogelijk volgend jaar al.

Datzelfde geldt voor het biotech-product lactoferrine, een anti-bacterieel middel, mogelijk te gebruiken in babyvoeding. In de Amerikaanse staat Wisconsin heeft Pharming een kudde transgene koeien die lactoferrine produceren.

Er zijn meer kuddes transgene geiten en koeien, die vooral complexe eiwitten maken die een rol spelen bij bloedstolling. Het Amerikaanse bedrijf GTC is het verst.

Genzyme, minderheidsaandeelhouder, heeft een jaar geleden namens GTC als eerste een aanvraag ingediend voor Europese marktintroductie van het biotech-eiwit, ATryn.

GTC werkt al vijftien jaar aan dit product dat bloedklontering voorkomt bij chirurgiepati뮴en. GTC Biotherapeutics heeft in het Amerikaanse Framingham een kudde transgene geiten die ATryn maken.

Het middel is beproefd in veertien pati뮴en. Te weinig, oordeelde de Europese regelgever EMEA. Vorige week werd het verzoek tot marktintroductie afgewezen. Genzyme gaat daarvan in hoger beroep, onder overlegging van aanvullende gegevens.

Het Amerikaanse pharmabedrijf Genzyme heeft honderden konijnen in het Belgische Geel de deur uit gedaan. Op de plaats van de konijnenhokken komen grote blinkende ketels van duizenden liters.

Geen stinkende keutels en stro meer, geen konijnen die moeten worden gemolken. In plaats daarvan stalen vaten omgeven door een complex netwerk van pijpen, sensoren en computers, neergezet in stofvrije ruimtes.

Genetisch gedresseerde hamstercellen gaan straks in die hightech ketels hetzelfde kunstje doen als die genetisch gemanipuleerde konijnen, een medicijn produceren voor pati뮴en met de ziekte van Pompe, een moeilijk te diagnosticeren ziekte.

In Nederland zijn er een kleine honderd pati뮴en met die zeldzame stofwisselingsziekte van Pompe. Wereldwijd zijn dit er naar schatting vijf- tot tienduizend. Manifesteert de erfelijke ziekte zich in de eerste levensmaanden, dan is de kans op overlijden nog voor het eerste levensjaar groot. Zuigelingen overlijden meestal aan een vergroot hart.

De meeste Pompe-pati뮴en krijgen pas als ze ouder worden last van ziekteverschijnselen, op kinderleeftijd, soms later in de pubertijd. Ook bij die minder progressieve vorm verslechtert de conditie van de pati뮴, soms langzaam, soms snel. Dit is individueel: er zijn pati뮴en die al snel in een rolstoel belanden, of ademhalingsproblemen krijgen. Er zijn er ook bij wie dat proces langzamer gaat.

Pati뮴en met de ziekte maken te weinig (of geen) van een specifiek enzym aan, alfa-glucosidase. Dat eiwit speelt een belangrijke rol bij de afbraak van glycogeen. Dit koolhydraat voorziet spieren van bewegingsenergie. Is de afbraak verstoord, door een tekort aan enzym, dan stapelt zich glycogeen op. In lichaamscellen, in spierweefsel en in enkele organen.

Als eerste krijgen ademhalings- en skeletspieren te maken met glycogeenstapeling: pati뮴en kunnen zich daardoor steeds slechter bewegen. Ze krijgen op den duur ademhalingsproblemen. De meeste overlijden vroegtijdig.

In 1996 slaagde het Leidse biotechbedrijf Pharming erin konijnen via genetische manipulatie aan te zetten tot productie van het bewuste Pompe-enzym. Dat eiwit kon vervolgens uit de melk worden gehaald. Behandeling van zuigelingen - via een infuus, om de twee weken - leverde goede resultaten op. Zij leven nog steeds, en hebben veel minder tot geen ziekteverschijnselen.

Konijnenfabriek

Pharming, met inmiddels een grote konijnenfabriek in het Belgische Geel, kreeg de transgene techniek uiteindelijk financieel niet rond. Zo bleek onder meer dat de toedieningsdosis het veelvoudige was van wat eerst was aangenomen. Konijnen als productiemiddel zijn dan minder geschikt: er zijn er veel van nodig. Dat maakt de toch al dure eiwitproductie nog duurder. Het Nederlandse biotechbedrijf ging bovendien failliet.

Intussen was Genzyme, een van 's werelds grootste biotechbedrijven, erin geslaagd hamstercellen met genetische technieken aan te zetten hetzelfde te doen: de productie van het Pompe-eiwit.

De cellen vermenigvuldigen zich in een dikke soep met een precieze mix aan voedingsstoffen, onder meer suikers, zouten en groeifactoren. Al groeiende maken ze het gewenste eiwit.

Hamstercellen groeien optimaal in bioreactoren, volgens een proc餩 dat al op grote schaal voor tientallen andere medicijnen worden toegepast. Eerst groeien ze in kleine, glazen vaten. Vervolgens wordt de celmassa overgebracht in almaar grotere stalen ketels, voor verdere kweek. Tot uiteindelijk vaten van duizenden liters. Het uiteindelijke product, het zuivere eiwit, wordt na enkele weken pruttelen uit de vloeibare massa gehaald. Dat gebeurt in een reuze-centrifuge, gevolgd door filtratie.

In 1998 heeft Genzyme de fabriek in Geel uit de failliete boedel van Pharming gekocht, en daar nog een tijdje het Pompe-enzym gemaakt uit konijnenmelk. Toen de celkweektechniek operationaal was, zijn de transgene konijnen afgevoerd.

Genzyme maakt het Pompe-medicijn nu op twee locaties in de VS met behulp van de celkweektechniek. Onder meer in de buurt van Boston.

Eiwit dat in de VS wordt gemaakt, wordt gebruikt voor de behandeling van pati뮴en wereldwijd, in het kader van onderzoek. Daar zijn inmiddels zo'n tweehonderd pati뮴en bij betrokken. De Amerikaanse farmaceut heeft een kleine twee jaar geleden bij de Europese en Amerikaanse autoriteiten een wetenschappelijk dossier overlegd met pati뮴enonderzoeken, om offici묥 registratie te krijgen voor het medicijn.

Die Europese goedkeuring van regelgever EMEA komt begin april af, zegt Willem van Weperen, directeur van Genzyme Nederland. De autoriteiten in de VS volgen een maandje later, is de verwachting.

In Europa kan het middel dan aan pati뮴en worden voorgeschreven. In eerste instantie wordt daarvoor de bestaande productiecapaciteit in de VS vergroot. Daarnaast investeert Genzyme 137 miljoen euro de komende jaren in de bouw van productiecapaciteit bij de vestiging in Geel, waar over twee jaar ook een medicijn tegen een speciale leukemie met diezelfde weefselkweektechnieken zal worden gemaakt.

Het ontwerp van de Pompe-fabriek is af. De installaties zijn besteld. Ze zullen in de loop van volgend jaar worden afgeleverd. Na proefdraaien en uitgebreide goedkeuringsprocedures kan in 2009 in Geel het Pompe-middel Myozyme worden geproduceerd, verwacht Luc Kupers van Genzyme.

Kosten
Wat het Pompe-medicijn de komende jaren gaat kosten? Een behandeling 300 duizend euro per jaar, verwacht Van Weperen. 'Met de ontwikkeling en productie zijn hoge investeringen gemoeid', verklaart Van Weperen. Genzyme heeft naar eigen zeggen inmiddels een half miljard dollar in het Pompe-medicijn Myozyme gestoken. De investeringen in Geel de komende jaren zitten daar niet bij.

Vanwege het kleine aantal pati뮴en heeft het middel de status van weesgeneesmiddel. Een verzoek tot vergoeding wordt binnen enkele weken ingediend bij de overheid. Dat zou in Nederland betekenen dat ziekenhuizen die het voorschrijven, zelf 5 procent moeten gaan betalen, de overheid financiert het overgrote deel van de kosten.

'Maar zelfs die 5 procent kan straks problemen geven', voorspelt Genzyme-directeur Van Weperen. 'Voor met name het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Dat heeft zich ontwikkeld tot wereldwijd kenniscentrum op het gebied van de ziekte van Pompe. Daar zullen de meeste Nederlandse pati뮴en worden behandeld, en dat drukt straks eenzijdig op hun budget.'

Copyright: de Volkskrant

Reacties (0) Trackbacks (0)

Nog geen reacties


Geef een reactie

Nog geen trackbacks.